Haalde uit
uithalen
Werkwoordiets eruit nemen
- iets verwijderen door te trekken of los te makenIk haal het papier uit de printer.
- een plotselinge beweging maken om te slaan of te gooienDe kat haalde uit naar de hond.
- iets zeggen of doen dat verrassend of onaangenaam isHij haalt vaak grapjes uit om de sfeer te verlichten.
- een activiteit of actie voltooien met een bepaald resultaatHij haalt altijd goede cijfers uit op school.
deuithaal
Zelfstandig naamwoordplotselinge beweging
- plotselinge beweging om iets te pakken of te rakenDe kat maakte een snelle uithaal naar de bal.
- korte, vaak negatieve opmerking om iemand te kwetsen of te plagenZe deed een gemene uithaal over zijn slechte cijfer.
- korte rit of tocht met een voertuig, vaak voor plezierIk maak graag een uithaal met mijn fiets in het weekend.